Beschrijving
Zuidelijke Nederlanden Beleg van Hattem (1580)
Uitgegeven door Michael Colinius te Amsterdam. Michael Colinius (ook bekend als Michiel Colijn) was een Nederlandse boekdrukker, uitgever en boekverkoper, van 1616 tot 1637 in Amsterdam. Hij is vooral bekend van historische werken en prentwerken over de Tachtigjarige Oorlog.
Eerste Franse uitgave van Afbeeldingen en Beschrijvingen van alle veldslagen, belegeringen en andere geschiedenissen voorgevallen in de Nederlanden gedurende de oorlog tegen de Koning van Spanje, dit zijn grotendeels verkleinde uitgaven vervaardigd naar F. Hogenberg.
| Links onder
Quis nescit fraudes, insperatosque nefandâ Rechts onder: HATTEMII invadens Arcem, Satrapâ duce, qui mox |
“Wie kent niet de listen en de onverwachte bedriegerijen door het goddeloze verraad van Rennenberg, wanneer hij met een handjevol soldaten
de burcht van Hattem overvalt onder leiding van de drost (Satrapa), die weldra samen met zijn zoon/bloedverwant (Gnato) een eveneens passende beloning [straf] ontvangt voor het gesmede complot.” |
(Opmerking: Het symbool Ʒ of ; op de oude prent achter ‘insperatosq’ en ‘quoq’, is een zeventiende-eeuwse afkorting voor -que (en)).
Toelichting bij de tekst
RENBERGI (Rennenberg): Dit verwijst naar de graaf van Rennenberg. Hij was de stadhouder van Friesland, Groningen en Overijssel die in 1580 overliep naar de Spaanse kant (bekend als het ‘Verraad van Rennenberg’).
Satrapâ duce (Onder leiding van de drost): Dit slaat op de Spaansgezinde drost van Hattem, Willem van Montfoort. Hij probeerde de poorten van de stad in het geheim te openen voor Rennenbergs soldaten.
Cum Gnato (Met zijn zoon/bloedverwant): Hoewel het Latijnse woord gnatus (of natus) letterlijk ‘zoon’ of ‘kind’ betekent, doelt de geschiedschrijving hier historisch gezien op zijn broer Lodewijk van Montfoort, die samen met Willem het verraad beraamde. Beiden werden door de burgers en Staatse soldaten betrapt en gevangengenomen.
Praemia digna (Passende beloning): Dit is ironisch bedoeld. In plaats van een beloning voor hun verraad, kregen zij de ‘verdiende straf’ (gevangenschap en berechting).
Jaar 1622

