Overijssel Zwolle Trans-Isal Meisner Furck 1625

125,00

Staat: zeer goed

SKU: Ap-41 Categorieën: , ,

Beschrijving

De kopergravure ‘Misere mei Deus’

Het Stadsgezicht toont het historische profiel van Zwolle (“Zwoll Trans-Isal.”). De tekst is in het Latijn en het Duits. Er staat een sterke gure wind. Een roeier roeit tegen de wind in. Rechts van het midden is de Sint-Michaëlstoren of de grote Kerk (tegenwoordig het Academiehuis Grote Kerk).  Na de bliksem inslag van 7 juli 1669, zevenenvijftig jaar later (17 december 1682)  stort de gigantische kerktoren volledig in.

Het Stadswapen van Zwolle, het wapenschild met het witte kruis, rechtsboven. Het witte kruis is afkomstig van het schild van de aartsengel Michaël, de beschermheilige van de stad Zwolle. Op de voorgrond links knielen twee oudere mannen, het gezicht naar de stad. Koning David met zijn harp op de grond.

Op de achtergrond, tussen de twee knielende figuren die tot God bidden, is een zittende man te zien die ws een zeis slijpt. Dit motief kan worden opgevat als een allegorische voorstelling van de Dood. De geslepen zeis, het traditionele attribuut van Magere Hein, verwijst naar de onvermijdelijkheid van de dood en versterkt de memento mori-boodschap van de prent.

De gravure is ontworpen door Daniel Meisner en uitgegeven door Eberhard Kieser en is afkomstig uit het topografische prentenboek Thesaurus Philopoliticusof te wel de Sciographia Cosmica. In dit werk worden stadsgezichten met morele en religieuze boodschappenverbond.

De prent bevat geen traditionele vanitas-attributen zoals een schedel of zandloper. De vergankelijkheid wordt verbeeld door de boete psalm “Miserere mei Deus”, de knielende biddende figuren en de onderschriften die wijzen op ouderdom, de naderende dood en de noodzaak van geestelijke voorbereiding. Tussen de twee biddende mannen zit een kleine figuur die een zeis slijpt. Daarmee sluit de prent aan bij de memento mori- en vanitas traditie, zij het voornamelijk door tekst en allegorische betekenis in plaats van door duidelijk symbolische objecten.

Rechtsonder initialen SF
Vervaardiger: [Furck, S.](Sebastian) S. Furck;

 Betekenis en tekstverklaring

Het motto Miserere mei Deus (“Ontferm U over mij, o God”) is de openingsregel van Psalm 51. Deze boetepsalm wordt traditioneel toegeschreven aan koning David en onderstreept het thema van berouw, vergankelijkheid en de zoektocht naar goddelijke genade. Het motto Miserere mei Deus (‘Ontferm U over mij, o God’) is de openingsregel van Psalm 51. Deze boetepsalm werd in de vroegmoderne tijd traditioneel toegeschreven aan koning David, die in de kunst herkenbaar is aan zijn harp of lier. De verzen onder de afbeelding sluiten aan bij het thema van de psalm door de nadruk te leggen op menselijke vergankelijkheid: vanaf het vijftigste levensjaar nemen zwakte en ouderdom toe en wordt de dood als onvermijdelijk voorgesteld.

Onderschrift Latijn

Cùm decies quinos quis vitae attigerit annos, Tum decies quini Psalmi repetit Mis[erere].

Vertaling: “Wanneer iemand de vijftig levensjaren heeft bereikt, staat hem het ‘Miserere’ van de vijftigste Psalm” te wachten.

Onderschrift Duits  (in vroege spelling)

De tekst onderaan is opgedeeld in twee kolommen die samen rijmen:

Originele Duitse tekst Moderne Nederlandse vertaling
Wenn der Mensch füntzig jahr ist alt,
Nimbt Er ab, wirt schwach, matt und kalt,
Wanneer de mens vijftig jaar oud is,
Neemt hij in krachten af, wordt zwak, mat en koud,
Intonirt, weil her naht der Todt,
Erbarm dich mein ô Herre Gott.
Zet hij [dit lied] in, omdat de dood nadert:
Ontferm U over mij, o Heere God.

 

Aanvullende informatie

Afmetingen 9,5 × 14,5 cm